Alleen als alles klopt kan Oranje heel Europa aan (en dat gebeurt maar zelden)
In dit artikel:
Oranje is in Malmö uitgeschakeld voor een eenvoudige route naar de eindronde: na de 29-35-nederlaag tegen Kroatië ligt de droom om zich vlot bij de beste twaalf landen van Europa te scharen uiteen. De nederlaag, de tweede in drie dagen op het EK, kwam vooral door falen in de aanval: technische fouten, gemiste kansen en onnodige wilde schoten vermorzelen de Nederlandse scorekansen.
Linkshandige Niels Versteijnen, vaak één van de lichtpunten, maakte in de beslissende fase meerdere fouten die de spanning deden afnemen. Bondscoach Staffan Olsson wijst eveneens de aanval aan als hoofdreden; verdedigend was er volgens hem weinig reden tot misnoegen, maar voorin werkte het niet. Spelverdeler Luc Steins erkent dat alles moet kloppen om sterke landen te verslaan—dat gebeurde nu niet.
De ploeg kreeg ook tegenslag in de vorm van blessures en kaarten. Dani Baijens liep tegen het einde van de eerste helft een forse enkelblessure op nadat hij tijdens een snelle wissel op een medespeler was gaan staan. Eerder in het toernooi viel een rode kaart voor Luc Steins al zwaar in de sfeer en de tactiek van het team.
Sportief betekent de nederlaag dat het duel tegen Georgië nog cruciaal is: de verliezer van woensdag moet in maart twee extra WK-kwalificatieduels tegen Israël spelen, terwijl de winnaar een ronde mag overslaan maar daarna waarschijnlijk tegen een zware tegenstander in de play-offs aanloopt. Daarmee is het pad naar het WK van volgend jaar in Duitsland veel lastiger geworden. Steins benadrukt dat de recente periode met regelmatige toernooiplaatsingen bijzonder is geweest—de vraag is nu of die ‘vette jaren’ door deze tegenslagen worden bestendigd of gekweld.